Hier

Komt

Het

LOGO

De Korenbloem

Molen

Home Historie Molen producten Bestelformulier Foto's Donateurs Activiteiten Media Over ons Gastenboek Openingstijden Contact
Contact

Een molen in het Land van Cuijk

                                  De Korenbloem te Mill


Molen De Korenbloem te Mill is een ronde stenen bergmolen zoals er

meer in onze regio te vinden zijn. Toch is de recente geschiedenis van deze molen

duidelijk afwijkend te noemen. Zoals bij veel molens, vond er in de jaren zeventig van de vorige eeuw een restauratie plaats, waarna de molen weer door vrijwillige molenaars in bedrijf genomen werd. Mensen die al vanaf de beginjaren bij de vereniging Molenvrienden Land van Cuijk betrokken zijn, kunnen zich dit misschien nog herinneren [zie Molenvriend nr. 3]. Waar we de laatste jaren gewend zijn aan molenrompen of niet-draaivaardige molens die

weer tot maalvaardige molen gerestaureerd worden, was de recente geschiedenis van de Korenbloem minder florissant. Na 1987 heeft molen lange tijd niet gedraaid en moesten o.a. de wieken om veiligheidsredenen verwijderd worden. Na een jarenlange impasse rond de restauratie van deze molen, is deze kort voor het verschijnen van dit blad weer feestelijk in gebruik genomen. Daarom kijken we in iets meer detail terug op de geschiedenis van de molen. Volgens sommige bronnen is het bouwjaar van deze molen 1847, maar tegenwoordig gaat men er van uit dat dit onjuist is. Er staat namelijk vermeld dat molenaar Hendrikus

Cuppens, afkomstig uit Aarle-Rixtel, in 1856 of 1857 een perceel grond kocht, waarop hij de windmolen liet bouwen die we nu kennen onder de naam “Korenbloem”. Het bouwhistorisch onderzoek dat voorafgaand aan de (laatste) restauratie is gedaan door adviesbureau Groen verwijst naar notarisstukken

die spreken van een “steenen wind-koorn- en oliemolen”. Wellicht heeft de molen dus ook ooit een olieslagwerk gehad, al is deze akte de enige waarin deze functie genoemd wordt. Molenaar Cuppens wilde de molen vrijwel direct nadat de bouw voltooid was weer verkopen, waarschijnlijk om zo de schulden die hij voor de bouw maakte, af te lossen. Aangezien de geboden koopprijs tegenviel, trok hij de molen terug uit de verkoop. Over de bouw van de molen is niet veel bekend, maar het is wel waarschijnlijk dat er oude onderdelen van gesloopte molens gebruikt zijn.


Foto van de Korenbloem met

zelfzwichting. Het valt op

dat boven de zelfzwichting

nog een stukje hekwerk zit.

(archieffoto Ramon Ligthart)











In 1864 wordt Marinus van Lieshout de eigenaar van de molen. Waarschijnlijk heeft hij nooit zelf met de molen gemalen, omdat hij aangeduid wordt als bakker en koopman. In 1883 wordt Gerardus Rutten eigenaar en molenaar van de molen. Hierna komt er een lange periode waarin de molen eigendom is van de familie Reynen. Antonius Johannes Reynen wordt eigenaar in 1890, zij het gedeeld met zijn broer Jacobus Reynen en Johannes van der Ven. Deze molenaarsfamilie Reynen was tevens eigenaar van de Heimolen in Sint-Hubert. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog loopt de molen op 10 en 11 mei 1940 zware schade op. Het eerder genoemde bouwhistorische rapport haalt een artikel in “De Molenaar” aan, waarin te lezen is dat onder andere de zelfzwichting, de kap en de windpeluw zwaar beschadigd raken. In oktober is de molen weer opgeknapt, waarbij hij voorzien is van stroomlijning met het systeem-Van Bussel. Hierbij is de zelfzwichting op één van beide roedes

gehandhaafd. Daarnaast wordt gesproken van de inbouw van silo’s, elevatoren en een mengmachine. De molen kon toen zowel op windkracht als met een

motor gebruikt worden. In 1955 wordt gesproken over een restauratie in opdracht van de familie Reynen, waarschijnlijk uitgevoerd met het oog op verkoop van de molen. In de periode 1957-58 komt namelijk een eind aan de

lange periode waarin de molen familiebezit van fam. Reynen was, de molen wordt namelijk eigendom van Den Aker’s Handel- en Industriemaatschappij.

In 1964 wordt Martinus Johannes Josephus van Kempen eigenaar van de molen, hij leerde eerder het molenvak in dienst van de familie Reynen. Bij de molen staan inmiddels ook een magazijn en een winkel. De toestand van de molen blijft zorgelijk, want een restauratie is weer nodig. De gemeente wil de molen eigenlijk kopen, maar hier wil Van Kempen niet aan meewerken. Uiteindelijk wordt de molen in 1973 hersteld door molenmaker Beijk, met bijdragen van de gemeente Mill en vereniging De Hollandsche Molen. In 1976 komt er meer subsidie van Monumentenzorg beschikbaar, zodat ook een tweede fase van de restauratie uitgevoerd kan worden, waarbij onder andere het kruiwerk aangepakt wordt. Na deze restauratie wordt met de molen gemalen door vrijwillige molenaars Johan Reijnders en Theo van Bergen. Voor zover bekend heeft de molen met carnaval 1987 voor het laatst gedraaid. In de jaren ’90 wordt er langs de molen een woning gebouwd, tevens is het de bedoeling dat de molen gerestaureerd wordt, maar door steeds wisselende financiële regelingen komen deze plannen niet van de grond. In 2001 wordt Ramon Ligthart eigenaar van de molen. Ook voor hem is het in het begin lastig om de restauratieplannen te verwezenlijken, maar uiteindelijk komt er – mede door ondersteuning van de molenconsulente van de Molenstichting Noord-Brabant – schot in de zaak. Begin 2015 kan de molen weer draaien.


De molen van Mill in 1963, toen nog voorzien

van Van Bussel-neuzen (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)



Historie